kERK  

Mensen haasten zich naar een oud gebouw;
niet naar een feest, men lijkt in de rouw.
Dikke muren, hoge smalle ramen
Aan de muur zwarte borden met indrukwekkende namen
Gezichten somber en ingetogen of bang
Deftig gekleed in zwart of in lang.
Een man hoog verheven, spreekt een vreemde taal.
Bepreekt de bijna lege zaal.
Liederen traag gezongen met orgel-muziek,
Gebeden tot een hoge, verre vreemde God.
Na een uur weer opgelucht naar buiten, eindelijk vrij;
Gelukkig... deze dienst  is ook weer voorbij.

 

Het dak gaat eraf, de muren gaan neer.
Eindelijk zien we onze buren weer.
Een God, die dichtbij is en die met de mensen praat.
Zijn volk, die het Licht weer schijnen laat.
Die zich bekommert om de nood in de stad,
die helpt waar het kan, een ieder doet wat.
Zijn kinderen delen uit en met elkaar;
Vader voorziet in alles en maakt zijn beloften waar.
Dit is het, waar het uiteindelijk om gaat:
de nieuwe kerk is ‘de kerk van de straat'

Terug